English version

Opleiding: Master in het tolken

Algemene info

Kwalificatie in het tolken
Academiejaar: 2011-12
Studiegebied: Toegepaste taalkunde
Studieomvang in studiepunten: 60
Accreditatie: geaccrediteerd van 01.10.2004 tot 30.09.2013

Doelstellingen

Afgestudeerde masters in het tolken beschikken over volgende competenties: Algemene competenties 1. in staat zijn om vernieuwend te denken en om op een zelfstandige, kritische en snelle manier algemene en gespecialiseerde informatie te verwerven en te verwerken 2. in staat zijn om standpunten op een wetenschappelijk verantwoorde manier te onderbouwen en om er zowel met leken als met vakgenoten op een coherente en duidelijke manier over te communiceren 3. in staat zijn om met de nodige kritische zelfreflectie te oordelen en te handelen in onvoorspelbare, complexe en gespecialiseerde contexten 4. in staat zijn om autonoom te functioneren met beslissingsrecht en om in een multidisciplinaire omgeving zowel zelfstandig als in groepsverband te werken Wetenschappelijke en onderzoekscompetenties 5. in staat zijn om wetenschappelijk onderzoek op te starten, uit te voeren en erover te rapporteren 6. in staat zijn om uit verschillende onderzoeksmethoden en -technieken in functie van de onderzoeksvraag de geschikte methodologie te kiezen 7. in staat zijn om kennis en inzichten uit te breiden op een creatieve en originele wijze Algemene taal- en tekstcompetenties 8. in staat zijn om een heel geavanceerde kennis van het Nederlands op een efficiënte manier in te zetten in diverse communicatieve contexten 9. in staat zijn om een geavanceerde kennis van twee vreemde talen (nagestreefd niveau: C2 Europees Referentiekader) op een efficiënte manier in te zetten in diverse communicatieve contexten 10. in staat zijn geavanceerde kennis van de culturele en institutionele achtergronden van de betrokken taalgebieden toe te passen in communicatieve situaties Specifieke taal- en tekstcompetenties 11. in staat zijn om (gesproken) teksten uit diverse professionele omgevingen accuraat mondeling te vertalen (vertaling van het blad/consecutief/fluistertolken) in een context van gesprekstolken (sociaal, gerecht, bedrijf ...) 12. in staat zijn om bij het tolkproces adequaat een geavanceerde contrastieve taalkennis op verschillende niveaus (lexicaal, grammaticaal, tekstueel, pragmatisch) toe te passen 13. in staat zijn om bij het tolkproces adequaat een geavanceerde encyclopedische, thematische en culturele kennis toe te passen 14. in staat zijn om tijdens het tolkproces de interactie tussen de gesprekspartners op efficiënte wijze mee helpen te beheren en om het communicatieproces aan te sturen 15. in staat zijn om relevante probleemoplossende strategieën toe te passen – o.a. voorbereiding (inhoudelijk, taalkundig, cultureel) op een tolkopdracht, monitoring van de eigen tolkprestatie, zelfevaluatie – om de eigen effectiviteit te verbeteren 16. in staat zijn om bij het tolken adequaat gebruik te maken van de klassieke en elektronische hulpbronnen 17. in staat zijn om bij het tolken adequaat gebruik te maken van specifieke technologische hulpmiddelen 18. in staat zijn om adequaat de verworven kennis van de tolkbranche en van de deontologie van de tolk toe te passen bij het uitoefenen van het beroep van tolk 19. in staat zijn om te reflecteren over tolken als proces en product 20. in staat zijn om bij te dragen aan het wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot een of meer specialismen binnen, of aansluitend op, de tolkwetenschap

Voltijdse modeltrajecten